Ik ben een starter en wil een huis kopen. Wat moet ik doen?

Door

Juul Dijkhuis

op

6 juli 2017

Het gaat weer goed met de huizenmarkt. In sommige delen van Nederland is de markt zelfs alweer overspannen. Toch klopt het nog steeds niet volledig. Vooral starters hebben het lastig door strenge verstrekkingsnormen voor hypotheken.

Starters kunnen geen hypotheek krijgen

Omdat ze geen hypotheek kunnen krijgen zijn ze veroordeeld tot het huren in de vrije sector. Er ontstaat de situatie dat ze bijvoorbeeld maandelijks € 1.000 ophoesten voor een huurhuis, terwijl het financieel niet lukt om een huis te kopen tegen een maandlast van € 750.

“Een huur van 1.000 euro is betaalbaar – hypotheeklasten van 750 euro niet?”

Tot de crisis op de huizenmarkt in 2009 werd er te eenvoudig teveel aan hypotheek verstrekt. Er werd geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat de huizenprijzen kunnen zakken. Tegenwoordig worden er kwalitatief betere hypotheken afgesloten. De gebruikelijke hypotheekvormen, de lineaire hypotheek en de annuïteitenhypotheek, zijn gericht op maandelijkse aflossing. Tot 2013 werd er juist veel gebruik gemaakt van de aflossingsvrije hypotheek.

Vooral voor twintigers is een koophuis ver weg

Volgens het Kadaster ligt de pijn vooral bij starters. Vóór de crisis in 2007 kochten 84.000 starters tot 40 jaar hun eerste huis. In 2013 was dit aantal gezakt naar 50.000. Inmiddels is het aantal weer gestegen naar 76.000, maar dat is ook nog steeds een forse daling ten opzichte van het jaar 2007. Deze groep heeft last van de strenge hypotheekregels. Vergeet ook de flexibilisering van de arbeidsmarkt niet. Ze krijgen wel werk, maar niet de zekerheid van een vast contract. Ook zijn de bijkomende kosten bij het kopen van een huis nauwelijks nog mee te financieren.

Duur huren in de vrije sector

De starters die hoog opgeleid zijn, komen vaak niet in aanmerking voor goedkopere huurwoningen. Door de hoogte van het inkomen hebben ze geen kans op een sociale huurwoning. Dus moeten ze duur huren in de vrije sector. Voor een klein huurappartement in steden als Amsterdam, Rotterdam en Utrecht komt de huurprijs als snel ver boven de € 1.000 uit. Uitgaande van een hypotheek van € 225.000, kom je ongeveer op een maandlast uit van € 875. Afhankelijk van factoren kan het meer of minder zijn. Van dit bedrag kun je de betaalde hypotheekrente weer aftrekken van het inkomen. Netto blijft er bijvoorbeeld € 750 over. Hierin zit ook nog een aflossing van de hypotheekschuld verwerkt.

Gooi je door huren geld weg?

In sommige gevallen is huren verstandiger dan kopen. Dat is bijvoorbeeld het geval als je waarschijnlijk maar maximaal een paar jaren in een huis blijft wonen. Ook als het jou niet lukt om een hypotheek te krijgen, is huren een logische keuze. Voor de meeste huurders geldt dat ze beter af zijn met een koophuis. Zeker met de huidige zeer lage hypotheekrentes. Een vaak gehoord bezwaar van een koophuis is de kans op het inzakken van de huizenmarkt. Als je 30 jaren blijft wonen in hetzelfde huis, vormt de ontwikkeling van de huizenprijzen geen bezwaar tegen het kopen. Na dertig jaren bezit je namelijk een hypotheekvrij koophuis.

De onderhoudskosten van een eigen woning zijn ook een nadeel van een koophuis, maar dat is nog geen reden om te kiezen voor het huren. Besef je goed dat de huur over 30 jaren waarschijnlijk verdubbeld is door de jaarlijkse huurverhogingen.

Wacht niet te lang

Woon jij in een huurhuis en heb je plannen om te kopen? Wacht er niet te lang mee. Dit jaar kun je de bijkomende kosten nog deels meefinancieren. Volgend jaar kun je alleen de koopsom voor het huis nog lenen. Daarnaast is het niet duidelijk wat de toekomst gaat bieden. Er zijn plannen om de maximale hypotheek te verlagen naar 90 procent van de koopsom van een huis. Dus betaal je 10 procent plus de bijkomende kosten met spaargeld. Dit zal waarschijnlijk niet volgend jaar al doorgevoerd worden, maar de politiek zit er op te broeden.

Houd ook rekening met de stijging van de huizenprijzen. Een nu nog betaalbaar huis kan volgend jaar boven jouw budget liggen.